Katendrecht is een schiereiland aan de
Maas ingesloten tussen de Maashaven en de Rijnhaven in Rotterdam Er is
een interessante geschiedenis aan verbonden. Door de economische bloei
van de stad Rotterdam en de daardoor nodige uitbreiding van de haven
aan het eind van de 19e eeuw was het noodzakelijk de
Maashaven te graven. Om dit mogelijk te maken werd Katen-drecht
opgeheven en bij de gemeente Char-lois gevoegd die door de gemeente
Rotter-dam in 1895 werd ingelijfd. Men kocht 255 ha grond voor 5
miljoen gulden. Er werden 700 huizen afgebroken en 3500 mensen moesten
een nieuwe woonruimte zoeken. In 1911 was de haven klaar en kon in
gebruik worden genomen. In deze tijd ontstonden ook de straten en
woningen op Katendrecht. Door de havenarbeiders werden natuurlijk ook
meisjes van lichte zeden aangetrokken die zich in de loop van de tijd
in de huizen vestigden. Door de buurtbewoners werd dit echter
geaccepteerd en men leefde vreedzaam naast elkaar. De harmonie verdween
toen bordeelhouders en souteneurs verschenen die besloten dat de zaken
op de Kaap, zo werd Katendrecht in de volksmond ook wel genoemd, anders
aangepakt moesten worden.
Door een
staking van havenarbeiders in 1911 kwamen er veel Chinezen naar de
Rotterdamse haven om er te werken. In de loop van de tijd onstond zo
Chinatown. In 1931 telde Rotterdam ca. 1300 Chinese inwoners.
Door de wereldwijde crisis in de jaren dertig was er in de haven bijna
geen werk meer en de Chinezen trokken weg.

Een
prachtige foto van de Maashaven omstreeks 1955. De huizen die in het
midden te zien zijn staan op de Kaap. Čén van de zijstraten is de
Tolhuisstraat wwar ik geboren ben. Op de achtergrond de Euromast.
Mijn ouders woonden sinds 1952
in de Tolhuisstraat nummer 48. De buurt was niet zo chique. De dames
van lichte zeden woonden in de andere straten. Maar in die jaren was er
nog weinig overlast en had Katendrecht de naam heel gezellig te
zijn.
Mijn ouders waren erg blij met deze nieuwe woning. Ze hadden eerst in
Den Haag gewoond. Ze verhuisden naar Katendrecht omdat mijn vader hier
als boekhouder bij de
Vleeschwarenfabriek Schouten begon.
Rechts mijn geboortehuis (in het kader), Tolhuisstraat Nr. 48 Katendrecht/Rotterdam.
Schouten had hier een kleine
fabriek op de begane grond en boven de fabriek waren woningen. Op de vierde verdieping kregen Pa en Ma een woning en Pa hield
natuurlijk altijd een oogje in het zeil vanuit de woning. Persoon-lijke
herinneringen aan Katendrecht heb ik niet of nauwelijks. We verhuisden
in 1958 al naar Pendrecht. Vage herinneringen heb ik nog aan de VW
bestelbusjes waarmee de vleeswaren naar de slagerijen werden gebracht.
Ik weet nog dat we wel eens mee mochten. Dat was natuurlijk ontzettend
spannend. Je zat voorin en je mocht helpen de vleeswaren de slagerij in
te dragen. Elke keer als de chauffeur remde moest hij me vasthouden
zodat ik niet van de stoel
af schoot.

Foto links:
Gedenksteen in de gevel naast mijn geboortehuis in de Tolhuisstraat.
DE EERSTE STEEN GELEGD
8 APRIL 1907
DOOR
J.P.E. BARYILAIJ Jr.
OUD 4 JAAR
Op
Koninginnendag werd er feest gevierd op de Kaap en was het ontzettend
gezellig. Ik weet alleen niet meer of we van Pendrecht hier naar toe
liepen of dat we er nog woonden. De hele dag werden er spelletjes
gedaan. De winkels lagen weken van te voren al vol met maskers,
confetti, vlaggetjes en ik weet niet wat nog meer. Ik kan me nog goed
die balletjes aan een bamboe wandelstokje herinneren. Dus bij passanten
het elastiek spannen en het balletje loslaten. Leuk! Het is allemaal
met carnaval te vergelijken.
In de grote vakantie vertrokken we vanaf
Katendrecht voor een aantal weken naar Denekamp. De buurt-vereniging
organi-seerde deze reisjes voor de jeugd. De achtergrond was natuurlijk
ons van de straat weg te houden. Voor onze ouders was het natuurlijk
ook prettig: enkele weken zonder kinderen is beslist ook wel eens fijn. Maar
daarover later meer.
Op Katendrecht lag ook het
heen-en-weer bootje aan. Dit pontje, een kleine boot, stak over naar
het Koning-innehoofd (de kop van de Wilhelminakade) en dan
verder naar de andere kant van de Maas en wel naar de
Veehaven (hoek Willemskade). Vaak zijn wij als kinderen met
het bootje naar de stad geweest.
Het kostte een dubbeltje en was
natuurlijk veel spannender dan door de tunnel of over de brug. Onder de
steiger gingen we nog wel eens naar geld zoeken want vaak gebeurde het
dat de mensen op zoek naar kleingeld het geld tussen de planken lieten
vallen. Als je geluk had vond je het onder de steiger tussen de stenen.
Wat was het mooi als het waaide en het water over de boeg sloeg. Overal
waren schepen die ons snel passeerden op weg naar de zee.
Links het "Heen en Weer" bootje op Katendrecht waar zelfs mijn Opa Adrianus (Janus) van Oosterhout nog op gewerkt heeft.
Later toen ik me voor de
geschiedenis van Katendrecht ging interesseren ben ik er met Sjaak en
Petra nog eens wezen kijken. Wat was er allemaal veel veranderd. Ons
geboortehuis in de Tolhuisstraat stond er echter nog steeds. Het is een
tamelijk nette wijk geworden. Er is geen prostitutie meer en in de
haven liggen geen schepen meer. Het was niet meer mogelijk de grote
schepen in deze haven te lossen.
Er is veel nieuwbouw bijgekomen
en er zijn prachtige flats die uitkijken op de Maas. De gezelligheid,
die ik, en ik weet niet waarom, nog steeds in mijn herinnering heb, was
er niet meer. De geluiden van hijskranen die piepend over het terrein
reden, de geluiden van treinen die aan het rangeren waren en de
signalen van aankomende en vertrekkende boten is allemaal verleden tijd
en zal hier nooit meer terug komen.
Denekamp
Het was natuurlijk een hele
reis. Het was meer dan 200 km, voor die tijd een w
ereldreis. In de
grote vakantie werden veel kinderen vanuit Katendrecht naar Denekamp
gebracht. Pa had kisten voor ons gemaakt waar onze persoonlijke spullen
in zaten. Wij werden met verschillende bussen weggebracht. Aan de ene
kant in blijde verwachting naar een spannende vakantie en aan de andere
kant het weemoedige gevoel in je maag zo lang van je ouders weg te
zijn. We werden over verschillende boerderijen verdeeld. Aad, die ouder
was, kwam op een andere boerderij terecht, Sjaak en ik waren samen. In
het laatste
jaar was Lida er ook nog bij. Na aankomst moesten we eerst onze
slaapplaats klaar maken. Stro in zakken doen om op te slapen. We
sliepen, naar ik meen onder dekens, in de koeienstal. De koeien waren
natuurlijk op het land en de boeren konden door het verhuur van de
stallen nog een beetje extra geld verdienen.
´s Avonds werd er door een
begeleider nog voorgelezen uit een boek. Ik weet nog dat ik er niet
veel meer van gehoord heb omdat ik meestal al in slaap was gevallen.
We moesten ´s morgens al vroeg
op staan. We aten gezamenlijk aan grote tafels. Wat we niet zo lekker
vonden was de pap de we ´s morgens kregen. Wij waren dat helemaal niet
gewend en ik krijg nog de kriebels als ik er aan denk. Havermoutpap,
griesmeelpap en rijstepap. Belangrijk was dat je iemandin de buurt had
die erg van pap hield. Langzaam eten dus en snel je bord, voordat
iemand het zag, naar de ontvanger. Als dat niet lukte was er nog de
mogelijkheid de pap op de grond te gooien. Er lag overal zand en dus
moest je eerst een putje met je voet in het zand maken en er dan voor
zorgen dat de pap in het putje terecht kwam. Dan zand er overheen en
weg was de pap. Daar
de tafels bleven staan had je een goede kans dat niemand het in de
gaten had.
Overdag werd er veel gewandeld.
Waar we naar toe wandelden weet ik niet meer. Er was wel het
één en
ander in de omgeving te zien dus neem ik aan dat we elke dag ergens
anders naar toe gingen. Het ging vooral door bossen en ik weet nog goed
dat we altijd liepen te zingen. Als het goed weer was gingen we in de
“Dinkel” zwemmen. De Dinkel komt bij Losser in Twente Nederland
binnen. De rivier verlaat Nederland weer in de buurt van Denekamp.
We hadden
waarschijnlijk allemaal gebreide zwembroeken en daarmee konden we dan
het water in. Voor
ons uit de stad natuurlijk altijd een hele belevenis. Voor de
begeleiders een zware dag want er waren genoeg kinderen bij die niet
konden zwemmen en het water was hier en daar toch diep genoeg om er te
kunnen verdrinken. Ook ik kan me nog herinneren dat ik in een situatie
kwam waar ik me alleen nog door geluk aan aan een tak kon vasthouden.
De grond onder mijn voeten was al weg.
´s
Avonds deden we spelletjes of werd er gezongen. We moesten op tijd naar
bed want de volgende dag moesten we weer fit zijn. Achteraf een hele
prestatie ons kinderen dag in en uit bezig te houden.
De mooiste momenten waren de
momenten dat we paketten van onze ouders kregen. Natuurlijk zaten hier
behalve een briefje allerlei lekkere dingen bij zodat we de hele dag
lekker konden snoepen. In Pendrecht woonde de familie Kradolfer naast
ons. Pa had georganiseerd dat een paar Kradolfer kinderen meemochten
naar Denekamp. Op een dag kwamen hun ouders, die een auto hadden, ons
onverwacht op de boerderij bezoeken en brachten ook voor ons lekkere
dingen mee.
Voor
ons kinderen van Katendrecht was het leven op een boerderij heel
spannend. De varkens, de koeien, de kippen en het dagelijks leven was
natuurlijk heel anders als wij gewend waren. We hadden altijd lol als
er kippen geslacht werden. Wij mochten de kippen vangen en we stonden
er allemaal omheen als de boer de kip de kop afsloeg. Het kon gebeuren
dat de kip precies jouw kant op kwam zonder kop dus moest je zien dat
je weg kwam.Dat zo´n kip dan nog rond kon lopen vonden we in het begin
een heel vreemde gewaarwording.
Op een dag heb ik straf
gekregen. In het kippenhok liepen pauwen rond met van die prachtige
veren. Zo´n veer wilde ik wel graag hebben. Ik sloop daarom het
kippenhok in om achter een pauw aan te gaan om een veer uit zijn kont
te trekken. De pauw was het daar natuurlijk niet mee eens en liep
steeds voor me weg. Toen ik besloot heel hard op hem toe te lopen vloog
hij ineens op en vloog dwars door een ruit naar buiten. Ik schrok me
natuurlijk dood en ben er gelijk vandoor gegaan. De pauw was voor de
rest
niets gebeurd maar iemand had mij gezien. Ik moest gelijk naar bed en
een deel van mijn verzamelde punten (er was een puntensystem voor goed
gedrag) werd van mij afgenomen.
Na
4 weken was het feest dan over. Ik weet nog dat ik toch wel heimwee had
en we waren allemaal blij dat we weer naar huis mochten. Nog zie ik de
bussen de straat in rijden waar alle vaders en moeders op ons stonden
te wachten. Wat waren we blij en gelukkig. Menig traantje liep over de
gezichten van de kinderen én van de ouders. Bij thuiskomst kregen we
dan een kleine verrassing. Nog steeds weet ik dat ik een dinkey toy
auto bij mijn terugkomst kreeg. Ik geloof dat ik 2 tot 3 keer in
Denekamp geweest ben.
Reacties zijn van harte welkom
en ik zal alle post die ik krijg onder de rubriek Web-Log publiceren.
Bereiken
kunnen jullie mij door naar de pagina "contact" te gaan. Heb ik fouten
gemaakt dan heb ik ze zeker niet met opzet gemaakt. Geef me een seintje
ein ik verander het zo snel mogelijk.